Een Tiny Forest is een dichtbegroeid, inheems bos ter grootte van een tennisbaan. Deze bossen bevorderen niet alleen de biodiversiteit maar ook de nieuwsgierigheid van kinderen over de natuur. Ze worden niet voor niets ‘buitenlokalen’ genoemd.

Hoe is het ontstaan?

Het concept Tiny Forest vindt zijn oorsprong in een tientallen jaren oude methode van een Japanse boomwetenschapper om natuurlijke, inheemse bossen te herstellen. Op een gegeven moment schoten Tiny Forests als paddenstoelen uit de grond, maar niet allemaal volgens de methode van de Japanse bomenexpert. Onder andere IVN besloot toen om van Tiny Forest een trademark te maken. Op deze manier konden ze ervoor zorgen dat de Tiny Forests correct worden geplant en aansluiten bij de sociale aanpak voor de buurt en school.

Hoe zien de bossen eruit?

Een Tiny Forest heeft vier verschillende lagen: de struiklaag, sub-boomlaag, boomlaag en de overkappinglaag. Per bos worden de verhoudingen van de lagen bepaald en daarna de hoeveelheid bomen per laag. Op deze manier ontwikkelen de mini bossen zich binnen 10 jaar tot veerkrachtige ecosystemen.

Hoe kun jij helpen?

Heb je een eigen tuin of een stuk grond? Dan kun je natuurlijk zelf een Tiny Forest aanmaken. Binnen een halve dag leg jij namelijk een inheems microbos aan! Daarnaast kun je je als initiatiefnemer aanmelden bij je gemeente of een basisschool om een bos aan te leggen in jouw wijk.

De voordelen op een rijtje:

  • Bevordert biodiversiteit
  • Bevordert nieuwsgierigheid van de mens om dichterbij de natuur te komen en hierover te leren
  • Gaat hittestress tegen
  • Vergroot waterbergingscapaciteit
  • Verbetert de luchtkwaliteit
  • Heeft een positief effect op je gezondheid

Meer weten?

Deel deze tip